Vaste collectie

Tassenmuseum Hendrikje is een uniek museum dat de historie van de (dames)tas in de Westerse cultuur van het einde van de Middeleeuwen tot heden (inclusief het werk van hedendaagse ontwerpers) toont. De collectie toont de Europese cultuurgeschiedenis van de tas over 500 jaar. Er bestaat geen ander museum in de wereld dat zich zo gespecialiseerd en uitgebreid met dit onderwerp bezighoudt. Het museum is het enige tassenmuseum in Europa en het grootste in de wereld. Het beheert een collectie van meer dan 5000 tassen, buidels, koffers, beurzen en andere bijpassende accessoires zoals compacts, schoenen en hoeden.

Lees hier meer over de geschiedenis van de vaste collectie en bekijk hieronder een selectie van de vaste collectie van Tassenmuseum Hendrikje.

  • Tassen tot 1500
    Hangende tassen en buidels
    De tas is tegenwoordig het exclusieve terrein van de vrouw. Terugkijkend in de tijd waren tassen vanaf de vroegste tijden nuttige gebruiksvoorwerpen voor vrouwen maar nog meer voor mannen. Omdat kleding nog geen binnenzakken kende, gebruikte men tassen en buidels voor het meedragen van geld en andere persoonlijke benodigdheden, zoals documenten, brieven, aalmoezen, de bijbel en relikwieën. Afhankelijk van hun functie waren tassen en buidels er in allerlei uitvoeringen: beugeltassen, leren beurzen en buidelvormige beurzen aan lange trekkoorden. Op enkele schoudertassen na, werden alle modellen hangend aan de riem of gordel gedragen. Ze waren veelal van onversierd leer of textiel. De luxere uitvoeringen werden van zilver of kostbare stoffen met fraai borduurwerk in zijde-, goud- en zilverdraad gemaakt. De oudste tas uit het Tassenmuseum is een 16e-eeuwse geitenleren mannentas met sierlijke knopen en een metalen beugel. Achter de veelal geheime sluitingen gaan achttien vakken schuil. Vrouwen droegen hun tassen en buidels behalve aan de riem ook aan de chatelaine; een haak met lange kettingen. Met de komst van binnenzakken in de mannenkleding aan het einde van de 16de eeuw en in de 17de eeuw werd de tas in volgende eeuwen het exclusieve domein van de vrouw.
    Geitenleren tas met beugel van ijzer, Frankrijk, 16e eeuw
    Tassen waren vroeger nuttige gebruiksvoorwerpen voor vrouwen en mannen, omdat kleding nog geen binnenzakken kende. Deze beugeltas met 18 geheime vakjes werd door een man aan de riem gedragen. Dit soort beugeltassen waren statussymbolen voor mannen uit de elite.
    Tas voor een boek of de bijbel, leer, Vlaanderen, 16e eeuw
    Al vanaf de vroegste tijden droegen mannen tassen en buidels omdat hun kleding tot in de 17e eeuw geen binnenzakken kende. De tassen en buidels werden gebruikt voor het bewaren en meedragen van muntgeld, documenten, brieven, aalmoezen, de bijbel en relikwieën.
    Gotische tasbeugel, brons, Vlaams, 1420
    Deze bijzondere en zeldzame tasbeugel heeft een sluiting met een architectonische decoratie: een gotische kerk met bogen en pilasters. De beugel is circa 20 jaar geleden opgegraven uit de bedding van de Maas in België, vlak bij Maastricht. Dergelijke beugels zijn voornamelijk gemaakt van brons, ijzer of messing en soms zijn ze verguld. Er zijn maar enkele van dit soort beugels soms nog met een tas eraan, in het bezit van buitenlandse musea.
  • 1600-1700
    Speciale tassen en buidels
    Net als in de 16de eeuw bleef het in begin van 17de eeuw modieus voor vrouwen om de tassen en buidels voor het dagelijkse gebruik aan de chatelaine (een haak met kettingen) of met lange koorden hangend aan de riem te dragen. Daarnaast werden veel tassen en buidels gebruikt voor speciale doeleinden; als aalmoezenbeurs, bruidsbuidel of speelbeurs. De kostbare materialen, de verfijndheid en het grote vakmanschap waarmee ze uitgevoerd werden, maakten ze tot een ideaal geschenk onder de welgestelden. Niet zelden hebben ze gediend als een modieus nieuwtje of als een cadeau voor een koning, voor leden van de hofhouding, een hoogwaardigheidsbekleder of gewoon voor een vriend of vriendin. In Engeland en Frankrijk werden met Nieuwjaar buidels met inhoud aan de koning geschonken. Ze dienden als een luxe verpakking voor een geschenk dat kon bestaan uit geld, een miniatuur, sieraden of lekker ruikende bloemblaadjes. Gevuld met welriekende bloemblaadjes of geparfumeerd poeder werden ze als reuktasje (Eng.: sweetbag) tussen de kleding gedragen of gehangen. Ook was in die tijd een traditie om bij een huwelijk een beurs met geld cadeau te geven. In de Franse stad Limoges werden tussen 1690 en 1760 speciale bruidsbeurzen gemaakt: kleine platte eivormige beurzen van zijde, met aan weerszijden emaillen afbeeldingen van bruid en bruidegom, of soms van heiligen. Beurzen met weer andere toepassingen zijn speelbeurzen. Kaartspelers bewaarden hun geld of fiches in deze speelbeurzen die een stijve ronde bodem hadden, waardoor ze op tafel konden blijven staan. De kralenbeurs uit de collectie van het Tassenmuseum met het opschrift ‘Remember the Pore 1630’ doet denken aan aalmoezenbeurzen, aumônières, uit de 13de tot en met 15de eeuw.
    Fluwelen buidel met zilveren balletjes, Nederland, 1e helft 17e eeuw
    Dit soort buidels werden in Nederland door vrouwen gebruikt. De buidels werden aan een tuigje, de chatelaine, of riem gedragen. Ze werden gebruikt voor het meedragen van geld. In die tijd kende de kleding nog geen binnenzakken.
    Kralentasje met opschrift “Remember the Pore 1630”, Engeland, 1630
    Behalve de tasjes en buidels voor het dagelijks gebruik bestonden er in de 17e eeuw allerlei tasjes en buidels voor speciale doeleinden zoals speelbeurzen, bruidsbuidels, aalmoezenbeurzen en tasjes om de bijbel mee te dragen. Er zijn van dit kralentasje verschillende variaties bekend. Het motief is hetzelfde maar er zijn verschillende opschriften zoals: "A gift to a friend".
    Zilveren tas met afbeelding, Europa, begin 17de eeuw
    De godin Victoria is op deze zilveren tas afgebeeld. Veel tassen en beurzen werden gebruikt voor speciale doeleinden, zoals voor het dragen van documenten, brieven, relikwieën, aalmoezen, pistoolkruit of als tondeldoos. Een tas als deze kenmerkt zich door het kostbare materiaal, de verfijndheid en goed vakmanschap. Zulke tassen waren vaak een geschenk onder de welgestelden aan een koning, leden van hofhouding en hoogwaardigheidsbekleders.
  • Sweet bag, geborduurd met zijde, Engeland, 1620-1630
    Sweet bags waren kleine (reuk)tasjes die in de eerste helft van de 17e eeuw dienden als luxe verpakking voor geld of lekker ruikende bloemen. In Engeland en Frankrijk werden deze sweet bags met geld met Nieuwjaar aan de koning geschonken. De tasjes met bloemblaadjes of geparfumeerde poeder werden als reuktasjes tussen de kleding gelegd of gehangen.
    Fluwelen tas, geborduurd met zilverdraad, Europees, 17de eeuw
    Tot in de 18e eeuw droegen vrouwen tassen en buidels hangend aan een riem of gordel. De tassen en buidels werden veelal gemaakt van onversierd leer of textiel. De luxere uitvoeringen waren van kostbare stoffen zoals fluweel met fraai borduurwerk in zijde-, goud- of zilverdraad en soms exclusief versierd met parels of andere edelstenen.
    Schildvormig beursje, geborduurd, Frankrijk, 1700-1730
    Dit beursje behoort tot een serie van schildvormige beurzen met metalen beugels, zoals die in eerste helft van 18e eeuw populair waren. De pastorale scenes of bloemmotieven op de beursjes zijn fraai geborduurd met zijde-, zilver- en of gouddraad.
    Leren geldbuidel met studs, Europees, 17e eeuw
    Tot in de 17e eeuw was het voor mannen en vrouwen modieus om een tas of beurs als deze hangend aan de riem te dragen. Dieven zetten nogal eens hun zinnen op de tassen en beurzen die uitdagend aan de riem hingen. Vandaar dat een dief in die tijd heel toepasselijk 'beurzensnijder' werd genoemd.
  • Fluwelen speelbeurs, geborduurd, Frankrijk, eind 17e eeuw
    Het kansspel was vroeger een favoriet tijdverdrijf aan veel Europese hoven. Spelers bewaarden het geld of de fiches in speelbeurzen die speciaal voor het spel waren ontworpen. Deze beursjes waren voorzien van een harde en ronde bodem zodat de beurs plat op tafel kon staan. Soms was de bodem voorzien van het familiewapen zodat er aan de speeltafel geen twijfel kon ontstaan over de vraag wie de eigenaar van de fiches was.
    Beurs, gehaakt, versierd met kant van zilverdraad, Frankrijk, 17e eeuw
    Dit soort speciale beursjes waren door de kostbare materialen, de verfijndheid en het goede vakmanschap een ideaal geschenk voor de welgestelden. Niet zelden hebben ze gediend als een modieus nieuwtje of als cadeau voor een koning, leden aan het hof, hoogwaardigheidsbekleders of gewoon voor een vriend of vriendin.
    1700-1800
    Zichtbaar of verborgen
    Vanaf de 16de eeuw droegen vrouwen hun tassen en buidels ook aan een chatelaine: een haak met kettingen waaraan accessoires gehangen konden worden, zoals sleutels, een buidel en naaigerei. De chatelaine was het symbool van de macht van de middeleeuwse kasteelvrouw, het Franse chatelaine. Een naam die overigens pas in 1828 in gebruik is gekomen.  Voor die tijd werden ze in Nederland tuigjes genoemd.  Door de kostbare materialen als zilver, goud, emaille, parelmoer en geslepen staal was de chatelaine tevens een sieraad en statussymbool. In de loop van de eeuwen veranderen steeds de vorm van de chatelaines en de accessoires die eraan werden gehangen. Pas aan het begin van de 20ste eeuw werd de chatelaine definitief door de handtas verdrongen. Naast de chatelaine hadden vrouwen nog allerlei andere alternatieven zoals de zilveren beugeltas en de dijzakken tot haar beschikking om haar persoonlijke bezittingen mee te dragen. De zilveren beugeltas werd met een haak aan de rokband of riem gehangen. De beugeltassen laten een verscheidenheid aan vorm en versiering zien. In stijl met de heersende mode werd aan de zilveren beugel een nieuwe tas van fluweel, damast, zijde, leer of kralen gezet. Toen aan begin van de 20ste eeuw de handtas definitief doorbraak werden veel beugeltassen vermaakt. De haak werd vervangen door een kettinkje als handvat. Gedurende de 17de, 18de en een groot deel van de 19de eeuw was de dameskleding zo wijd, dat men onder de rok met gemak een of twee losse zakken onzichtbaar gedragen konden worden. Meestal werden deze zakken gedragen als paar: één op elke heup. Vandaar dat ze dijzakken werden genoemd. Ook de dijzak bleef tot aan begin van 20de eeuw in gebruik.  
    Handwerktas, zijde geborduurd en met kant versierd, Frankrijk, 4 kwart 18de eeuw
    In een tijdperk waarin van iedere beschaafde vrouw werd verwacht dat ze haar vrije uren doorbracht met fijn handwerk, was de handwerktas een onmisbaar attribuut. In de loop van de 18e eeuw was de meest populaire handwerktas een rechthoekige platte tas die bovenaan met een draagkoord werd gesloten. Deze handwerktassen waren veelal van wit satijn, geborduurd en versierd met lint, folie en lovertjes. Veel dames zullen deze tassen zelf geborduurd en versierd hebben, maar men kon ze ook in de winkel kopen.
  • Tas met zilveren beugel en haak, Van Wijk, Amsterdam, 1771
    De tas met zilveren beugel is een typisch Nederlandse tas. Hij werd al sinds het 4e kwart van de 17e eeuw door de Nederlandse vrouw gedragen. Aanvankelijk waren de kostbare beugeltassen een modieus accessoire voor regenten- en koopmansvrouwen. In de loop van de 18e tot aan het begin van de 20e eeuw vierde de zilveren beugeltas ook hoogtij in de gebieden waar in Nederland de streekdrachten werden gedragen. De bijzonder mooie zilveren beugels werden vaak van moeder op dochter doorgegeven. Passend bij de heersende mode zette de dochter aan de zilveren beugel een nieuwe tas van fluweel, damast, zijde of een andere stof of van leer. De gebreide kralentas is een variant ontstaan in het begin van de 19e eeuw. Dan komt namelijk het kralenbreien op.
    Paar dijzakken, in vlamsteek, Engeland, 1766
    In de 17e tot en met 19e eeuw waren de damesrokken zo wijd, dat vrouwen onder de rok een of twee losse zakken droegen, de zogenoemde dijzakken. De vrouwen droegen de dijzak die met een lint om de middel werd gebonden, op de bovenste onderrok. Via een split in de zijkant van de japon of rok was de dijzak te bereiken.
    Portefeuille, geborduurd met zijde en versierd met ivoren medaillon met schildering, Frankrijk, 1800- 1810
    Vanaf de 17e eeuw kwamen portefeuilles in gebruik voor het bewaren van dierbare (liefdes-)brieven, waardepapieren en bankwissels. De portefeuilles laten een gevarieerd beeld zien: materialen als leer, zijde, glaskralen en stro veelal geborduurd met zijde- of metaaldraad, met pailletten en/of folie. Portefeuilles konden ook dienen als geschenk bij verlovingen en huwelijken, of souvenir. Veel van de afbeeldingen en motieven op portefeuilles hadden betrekking op liefde en trouw, zoals cupido’s, harten met vlammen, de liefdesgodin Venus en een anker.
    Bruidsbeurs met afbeelding van bruid en bruidegom, Limoges, Frankrijk, 1690-1715
    Voldoet tegenwoordig vaak een ‘ordinaire’ envelop met geld als geschenk, in vorige eeuwen waren huwelijksbeurzen fraai gemaakt van kralen, email of geborduurd of geweven van kostbare materialen. Een speciale uitvoering werd in de periode 1690-1760 vervaardigd in de Franse stad Limoges, die bekend staat om haar email en porselein. Het zijn platte eivormige beursjes die aan beide kanten werden voorzien van koperen plaatjes met in email geschilderde afbeeldingen van de bruidegom en bruid of van heiligen. Dit prachtige exemplaar toont prinses Maria Leszynska, de bruid van koning Lodewijk XV van Frankrijk in email op koper.
  • Buidel gemaakt van ‘sablé’ glaskralen, Frankrijk, 18e eeuw
    Een bijzondere serie buidels, tasjes, portefeuilles en dergelijke uit de 18e eeuw zijn gemaakt van kralen die zo klein zijn als een zandkorrel. Men moet daarbij denken aan een doorsnee van 0,5 à 0,6 mm. Dit kralenwerk wordt tegenwoordig sablé genoemd naar het Frans voor 'zandachtig'. De kralen werden geregen op een zijdedraad, maar de kralen waren zo klein dat er geen naald doorheen kon. Daarom werd een paardenhaar als naald gebruikt.
    Chatelaine naaldenkoker, schaartje, lodereindoosje en vingerhoedhuisje, zilver met filigrainwerk, Willem Hendrik Rosier, Amsterdam Nederland, circa 1740
    De chatelaine is een haak met kettingen waaraan naast het beursje, de sleutels, een reukbal, een vingerhoedhouder, een naaldenkoker, een speldenkussen en een messenschede konden hangen. Door het gebruik van kostbare materialen als zilver en goud was de chatelaine behalve een praktisch accessoire ook een statusgevend sieraad. De chatelaine werd vanaf de 16e eeuw tot in de 19e eeuw gedragen. In Nederland werd het vroeger een "tuigje" genoemd. De naam chatelaine, afgeleid van het Franse châtelaine, kasteelvrouw, is pas in 1828 in gebruik gekomen.
    1800-1900
    Nieuwe tijden, nieuwe tassen
    In de loop van de 18de eeuw werd mede door de ontdekking van Pompeii alles wat met de Griekse en Romeinse Oudheid te maken had populair. Met deze opkomst van het Classicisme veranderde ook het modebeeld: de monumentale, wijde japonnen van de 18e eeuw werden vervangen door sluike japonnen van dunne stof met een verhoogde taillenaad. Ze moesten immers lijken op de gewaden uit de Oudheid. Voor de dijzakken, die men in de 18e eeuw onder de wijde rokken droeg, was onder deze fijne kleding geen plaats meer. De inhoud daarvan verhuisde daarom naar de reticule, de eerste tas die in de hand werd gedragen aan een koord of ketting. De Franse term réticule komt waarschijnlijk van het Latijnse reticulum, dat verwijst naar de kleine damestassen van netwerk uit de Romeinse tijd. Ondanks de terugkeer van de wijde japonnen na 1825 bleef de reticule tot in de eerste decennia van de 20e eeuw in gebruik. In de 19e eeuw, het tijdperk van de Industriële Revolutie, werden vele nieuwe productiemethoden en technieken ontwikkeld. Nieuwe materialen zoals papier-maché, ijzer en geslepen staal werden toegepast voor de productie van tassen. De combinatie van deze materialen en nieuwe technieken leverden nieuwe tasvormen op. Door de opkomst van het reizen per trein en stoomboot kwamen er ook nieuwe tassen voor de 'moderne' reiziger. De handbagage uit de trein werd de voorloper van de handtas (handbagage werd handbag in het Engels) die men niet alleen op reis meenam, maar ook gebruikte bij het afleggen van visites en bij het winkelen.
    Kralentas met scene van schaatsende mensen aan zilveren beugel, Nederland, 1e kwart 19e eeuw
    Deze kralentas uit de 19e eeuw is bevestigd aan een zilveren beugel uit de 18e eeuw. Aan het begin van de 19e eeuw werd het breien met kralen populair. Een geoefend breister had twee werkweken nodig om een kralentas te maken. Meer dan 40.000 kralen moesten volgens patroon in de juiste volgorde worden geregen voordat de tas kon worden gebreid. Veel kralentassen werden op commerciële schaal gemaakt in Tsjecho-Slowakije en Duitsland.
  • Handtas, papier-maché met beugel van geslepen staal, Frankrijk, 1820-1830
    Nieuwe productiemethoden ten tijde van de industriële revolutie (ca. 1760-1830) brachten 'nieuwe' materialen als papier-maché, ijzer en geslepen staal. Deze vonden ook hun weg naar de tas. Een goed voorbeeld is deze nieuwe tijd is deze tas van papier-maché in vorm van een Griekse vaas met een beugel en decoraties van geslepen staal.
    Handtas met schildering, Frankrijk, 19e eeuw
    In de 19e eeuw waren tassen met bedrukte schilderingen populair. In Duitsland werd in 1896 door Alois Senefelder (1771-1834) de lithografie (steendruk) uitgevonden, wat een grote verbetering in de drukkunst bracht. Het werd mogelijk om beter en verfijnder op papier, stof en leer te drukken.
    Tas, leer met houten plaat met afbeelding van Fontainebleau en omgeving, Mauchline, Schotland, 1880-1890
    Deze handtas met houten dekbladen met afbeeldingen van Fontainebleau is een typisch voorbeeld van Mauchline Ware. Dat waren kleine gebruiksvoorwerpen, zoals naaldenkokers, doosjes, briefopeners, tassen en beursjes met afbeeldingen van toeristische attracties, die in de 19e eeuw onder andere geproduceerd werden in het Schotse Mauchline. De afbeeldingen werden aanvankelijk met de hand aangebracht, maar tegen het midden van de 19de eeuw gebeurde dat met behulp van gedrukte transferplaatjes.
    Beursje, schildpad met een afbeelding van de Eiffeltoren in zilver en parelmoer voor de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs
    Door de industriële vooruitgang, de opkomst van de trein en stoomboot, de verbetering van het wegennet en stijgende welvaart van de burgerij nam het reisverkeer sterk toe. De vraag naar souvenirs steeg daardoor explosief in de loop van de 19e eeuw. Souvenirtasjes en -beursjes gemaakt van kralen, textiel, leer, hout, parelmoer, ivoor, schildpad of celluloid werden door de reiziger gretig gekocht om mee te nemen naar huis als zoete herinnering aan een mooie reis. De tasjes en beursjes met een afbeelding op de voorkant van een kerk, kasteel, stadhuis, pier of een ander bekend gebouw uit een beroemde stad of de tekst ‘Souvenir de…’, werden thuis door iedereen bewonderd en gingen van hand tot hand.
  • Chatelainetas, fluweel met beslag en haak van messing, Frankrijk, 1874
    In de 19e eeuw werd het met de komst van de crinoline (hoepelrok) opnieuw mode om tassen hangend aan de rokband te dragen. Deze tas kreeg toen de toepasselijke naam 'chatelainetas'. Met de opkomst van de trein en de handbagage werd het gebruikelijker om de tas in de hand te dragen. Aan het begin van de 20e eeuw nam de handtas definitief de functie van de chatelainetas over.
    Leren handtas met reliëf, Duitsland, 1880-1890
    Door de opkomst van de trein ontstond de behoefte aan een minder kwetsbare tas. Dit leidde tot de echte doorbraak van de leren handtas in de loop van de 19e eeuw. De eerste modellen waren nog klein, bedoeld om beursje, zakboekje en treinkaartjes in op te bergen. Aanvankelijk werden ze gedragen als chatelainetasje, aan de riem, met een ring aan de pols en later als handtasje met hengsel.
    Portefeuille van leer met gouden borduursels. Binnenin miniatuur door Favorin Lerebour (dame in Empire-kleding) met liefdesgedicht, Frankrijk, 1806
    Een zeldzaam stuk uit de collectie Tassenmuseum Hendrikje is een groen leren portefeuille geborduurd met verguld zilverdraad en afgezet met een verguld montuur. Aan de binnenzijde is een minutieus geschilderd portret van een jonge mooie vrouw te zien. Het portret van deze dame in haar modieuze empire-japon is geschilderd in 1806. De Franse miniatuurschilder Favorin Lerebour (ca. 1773-?) heeft het portret gesigneerd en van datum voorzien. Vindt u trouwens niet dat de jonge vrouw een beetje treurig kijkt? Haar man was mogelijk een uithuizig type of werd door de Napoleontische oorlogen opgeroepen om te vechten aan het front. Zij wilde hem iets meegeven, haar portret, en nog iets meer. Vandaar dat zij mogelijk zelf onder het portret een liefdesgedicht heeft geborduurd. Het gedicht staat uiteraard in de taal van de Europese elite in die tijd en in de taal van de liefde, het Frans: “Que de mon Amour pour Vous Ce portrait soit la gage et l’assurance Mais mon coeur en seroit jaloux S’il vous consolait de l’absence." Ook in de Nederlandse vertaling klinkt het uitermate romantisch: 'Van mijn liefde voor u is dit portret het bewijs en de verzekering, maar mijn hart zal jaloers zijn als het u verzoent met mijn afwezigheid’.
    Dames-reisnecessaire, met necessaires van kristal, zilver en ivoor, Groot-Brittannië, 1896
    In de 19e eeuw maakten stoomtreinen en stoomboten het reizen comfortabeler, sneller en goedkoper. Doordat er meer en anders gereisd werd, veranderde het aanbod aan koffers, schoenen- en hoedentassen en reisnecessaires. Reiskisten met bolvormige deksels, die eenvoudig bovenop een koets vervoerd konden worden, werden steeds meer vervangen door leren, platte stapelbare koffers, die ook makkelijk in de hand gedragen konden worden. Reisnecessaires met borstels, manicuresets, flesjes en dozen van zilver, kristal, ivoor en parelmoer waren de voorlopers van de huidige beautycase.
  • Reticule, wol en met twee chenille kwasten, Groot-Brittannië, 1840-1870
    Door de uitvinding van de lithografie in 1796 verbeterden de druktechnieken in de 19e eeuw enorm. Het werd daardoor mogelijk om de stoffen voor tassen en andere accessoires in gekleurde ruitjespatronen te bedrukken, waarbij ieder ruitje stond voor een steek. Deze patronen werden ook voor allerlei andere handwerktechnieken zoals petit-point en kralenbreien benut.
    Reistas, Berlijns wolwerk en kralen, Duitsland, ca. 1850
    De reistas werd vanaf de 19e eeuw tijdens het reizen een onmisbare attribuut. Koffers, reistassen, reisnecessaires, schoenen- en hoedentassen waren meestal van leer. Rond 1826 had de Fransman Pierre Godillot een reistas gemaakt van canvas die heel populair werd in de rest van die eeuw. Die reistas was heel geschikt om geborduurd te worden in Berlijnse wol. Veel vrouwen borduurden die tassen zelf, om er daarna bij de plaatselijke zadelmaker leren hoeken, handvatten en een metalen beugel aan te laten maken.
    Reticule, zijde met langs rand Turks knoopwerk, Turkije, 1e kwart 19e eeuw.
    Mede onder invloed van de ontdekking van Pompeii en de herwaardering voor de Griekse tempels werd in de loop van de 18e eeuw alles populair wat met de klassieke oudheid te maken had. Voor de mode betekende dit dat wijde rokken plaatsmaakten voor sluike japonnen van dunne stof met een verhoogde taille. Voor de losse zakken die onder de wijde rokken werden gedragen was onder deze ragfijne kleding geen plaats meer. De inhoud ervan verhuisde naar de modieuze nieuwe reticule, de eerste echte voorloper van de handtas. De reticule van textiel of ander materiaal had altijd een koord of ketting waarmee de tas dichtgetrokken en gedragen kon worden. De Franse term reticule komt waarschijnlijk van het Latijnse reticulum, dat verwijst naar de kleine damestassen van haakwerk uit de Romeinse tijd. Deze reticule is gemaakt van zijde, met een Turkse handgeknoopte rand.
    1900-2000
    Nieuwe tasvormen
    In de 20e eeuw nemen door de emancipatie van de vrouw, haar toenemende deelname aan het arbeidsproces en de toenemende mobiliteit de praktische eisen aan de tas toe. Vrouwen krijgen voor elke gelegenheid van de dag een tas: leren documententassen voor naar het werk, de shopper voor het winkelen, handzame wandel- en visitetassen en voor op de avond is er de elegante glinsterende avondtas of de 'vanity-case' of 'minaudière' met vakjes voor sigaretten en make-up. De handtas wordt in de 20e eeuw een vast onderdeel van het genre tas. Een ander populair model is de clutch die vroeger enveloptas, pochette of onderarmtas werd genoemd. Haar opkomst is in de 20'er en 30'er jaren maar als elegante tas is ze heel populair bij de gracieuze mode van de New Look in 1947 en de 50'er jaren. Tegenwoordig is de clutch in eigentijdse vorm en materialen weer terug in het modebeeld. De schoudertas is in de 20ee eeuw uitgegroeid tot hèt modeaccessoire voor de praktisch ingestelde vrouw. Met haar functionele uitstraling komt ze als modeaccessoire voor het eerst op in de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Haar definitieve doorbraak is in de 60er jaren toen de jonge generatie modeontwerpers als Mary Quant, Pierre Cardin, Paco Rabanne en Yves Saint Laurent zich lieten inspireren door de jongerencultuur. De jeugdige en nonchalante mode vraagt om een handige en ‘jonge’ tas; de schoudertas. De rugzak als fashiontrend bestaat nog niet zolang. In 1985 introduceerde het Italiaanse tassenmerk Prada, decennia bekend om haar klassieke leren tassen, een zwarte nylon rugzak. De rugzak die eeuwen bekend stond als de trouwe en stoffige metgezel van de wandelaar werd op slag een hip modeaccessoire. De populariteit was zo groot dat ieder merk in de 90'er jaren wel een rugzak in haar collectie had.
  • Aluminium clutch met kunststof laag, Frankrijk, ca. 1930
    Ontwerpers van tassen lieten zich uiteraard vaak inspireren door de op dat moment heersende kunststroming. Zo zijn er in de jaren '20 en '30 van de 20e eeuw tassen en tasbeugels met Art Deco motieven. Deze internationale stijl kenmerkt zich door gestroomlijnde geometrische vormen, het gebruik van heldere primaire kleuren en de toepassing van nieuwe materialen als aluminium, kunststof en chroom.
    Clutch, met borduurwerk van zijde en kralen van geslepen staal, Duvelleroy, Franrijk, ca. 1930
    In de 20e eeuw groeit de verscheidenheid aan tasmodellen sterk. Een populair model van vroeger is de platte rechthoekige onderarmtas, pochette of enveloptas die geklemd onder de arm of in de hand wordt gedragen. Zij wordt tegenwoordig clutch genoemd. Rond het begin van de Eerste Wereldoorlog verschijnt zij voor het eerst in modebladen. Zij was naast de handtas de meest populaire tas in de 20'er en 30'er jaren. Rond de Tweede Wereldoorlog moet zij even plaats maken voor de praktische schoudertas. Bij de gracieuze mode van de New Look in 1947 en de jaren '50 herwint ze haar positie en komt ze als elegante tas opnieuw in de mode. Sinds enkele jaren is ze weer ongekend populair als elegante tas voor zowel op de avond als overdag.
    Clutch, quilt geborduurd met kralen, Judith Leiber, USA, 1994
    De Amerikaanse tassenontwerpers Judith Leiber is bekend om haar schitterende avondtassen en vooral minaudières. Haar tassen zijn door de exclusiviteit een statussymbool en ze worden wereldwijd verkocht. Vele filmsterren en First Ladies dragen haar tassen. Ze was de eerste vrouw die in de jaren '30 van de 20e eeuw tot het tassengilde in Budapest toetrad. Na de Tweede Wereldoorlog is ze naar de Verenigde Staten geëmigreerd waar ze nadien ze als tassenontwerper voor diverse bedrijven heeft gewerkt, tot ze in 1963 haar eigen bedrijf oprichte.
    Schoudertas van gordeldier, Argentinië, 2e kwart 20e eeuw
    In principe kunnen voor de vervaardiging van tassen alle huiden tot leer worden verwerkt, maar vooral die van runderen, geiten, ezels, schapen en varkens worden veel gebruikt. Het leer van exotische dieren als slangen, krokodillen, struisvogels, hagedissen en gordeldieren werd gewaardeerd om hun bijzondere structuur. Het gerbuik van exotisch leer was heel populair tussen 1920 en 1975. De handel in vele exotische dieren werd vanaf 1975 door de internationale CITES wetgeving ingeperkt.
  • Clutch, metaal met decoratie van strass stenen, 50er jaren 20ste eeuw
    Om avondtassen te laten glinsteren werden meestal namaakdiamanten van glas gebruikt, zoals strass. Strass is vernoemd naar de Straatsburgse juwelier G.F. Strass, die de namaakdiamant rond 1730 uitvond. In de jaren 20 en 30 van de 20ste eeuw werd strass populair, mede door de namaaksieraden van modeontwerper Coco Chanel. Behalve op sieraden en tassen werd strass ook op hoeden, hoedenspelden, schoenen en visitekaarthouders verwerkt. Gekleurd strass werd ter imitatie van edelstenen voor sieraden en tasbeugels gebruikt.
    Leren avondtas met geëmailleerde decoratie, Frankrijk, ca. 1915
    In het begin van de 20e eeuw neemt de variatie aan tassen toe. De vrouw heeft een tas voor elke gelegenheid op de dag. Overdag heeft ze een wandel- of visitetas. De werkende vrouw gebruikt een aktetas. Voor de avond heeft ze een ruime keuze aan sierlijke avondtassen die in verschillende materialen zijn uitgevoerd.
    Handtas, fluweel met print, Emilio Pucci, Italië, 1966
    Emilio Pucci, van origine ontwerper van sportkleding, vangt de geest van de jaren '60 in een nieuw spectrum van kleuren en wilde, natuurlijke vormen. Zijn kleding en accessoires zijn meteen te herkennen aan de sterke silhouetten en psychedelische motieven. De felle kleuren en beweeglijke patronen zijn duidelijk ingegeven door de geestverruimende effecten van drugs als LSD, waarmee in het midden van de jaren '60, de hoogtijdagen van de hippiecultuur, ijverig wordt geëxperimenteerd.
    Handtas ‘Bamboo handle’, leer met handgreep van bamboe, Gucci, Italië, 70er jaren
    Guccio Gucci opende in 1921 zijn eerste winkel in lederwaren en kleine bagage. De eerste iconische handtas die Gucci maakte was de handtas met bamboe handgreep, die in 1947 werd geïntroduceerd en zich kenmerkt door de ronde bamboe handgreep. De ronde zijkanten van de tas zijn geïnspireerd op de vorm van een zadel, verwijzend naar de oprichter van Gucci die van origine een zadelmakerij had. De Bamboo Bag wordt in eigentijdse uitvoeringen nog steeds geproduceerd.
  • Avondtas, maliën, Whiting & Davis, USA, 1920-1930
    Vanaf het eind van de 19e eeuw waren tassen en beurzen van maliën bijzonder populair. Maliën zijn metalen ringetjes of plaatjes die met elkaar verbonden zijn tot een netwerk, zoals in de maliënkolders van middeleeuwse ridders. De maliëntassen waren kostbaar, doordat de ringetjes één voor één aan elkaar werden gezet. Vaak waren ze van zilver, maar ook verzilverde en andere metalen uitvoeringen kwamen voor. Juweliers en sieradenfirma's specialiseerden zich in de vervaardiging van de maliëntassen en -beursjes. Duitsland en Verenigde Staten waren belangrijke producenten. Vanaf 1909 werden maliëntassen aanzienlijk goedkoper door de uitvinding (door de Amerikaan A.C. Pratt) van een machine voor de productie van maliën. De eveneens Amerikaanse firma Whiting & Davis verwierf de patenten en werd wereldwijd het bekendste bedrijf op het gebied van maliëntassen.
    Handtas van rog met sluiting van kunststof, Frankrijk, 30’er jaren 20e eeuw
    Vissenleer werd vroeger ook gebruikt voor tassen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met roggen- en haaienleer; tegenwoordig wordt ook de nijlbaars tot leer verwerkt. Rog was heel populair in de Art Deco-periode, de 20'er en 30'er jaren van de 20e eeuw.
    Clutch in vorm van tijdschrift, Hongkong, jaren ’70
    De clutch in de vorm van een tijdschrift was een ware rage in de jaren '70. Tegenwoordig worden dezelfde soort clutches met afbeeldingen van hedendaagse tijdschriften opnieuw vervaardigd.
    Handtas van perspex, Charles S. Kahn, VS, jaren ’50
    In de VS domineerden de tassen van lucite, perspex of plexiglas het modebeeld in de jaren '50. De tassen in de vorm van een doos zijn transparant of in felle kleuren perspex uitgevoerd. Aanvankelijk waren deze tassen vrij prijzig, maar al snel waren ze zo populair dat goedkopere uitvoeringen van mindere kwaliteit overal te koop waren.
  • Minaudière, emaille, Asprey, Londen, Engeland, 1939
    In het begin van de jaren '30 van de 20e eeuw gebruikte een klant van de Parijse juwelier Van Cleef & Arpels haar sigarettendoos als clutch. Dit inspireerde de juwelier tot het ontwerpen van de minaudière: een kleine veelal rechthoekige doosvormige metalen tas met vakjes voor poeder, rouge, lipstick en sigaretten, en met een spiegel, een kam of een aansteker. De minaudière, ook wel de 'kokette', werd een instant hit.
    Kralentas met decoratieve beugel, Duitsland, 1920-1930
    Vanaf de 19e eeuw werden tassen van glaskralen, gebreid of geweven, heel populair. De meeste kralentassen werden op commerciële schaal gemaakt in Tsjecho-Slowakije en Duitsland. In de periode 1918-1930 werden deze kralentassen afgewerkt met decoratieve beugels van metaal, schildpad of kunststof. Populaire motieven waren bloemen, pittoreske landschappen, historische en oosterse taferelen. Ook de art-decostijl bood veel inspiratie.
    Vanity case van kunststof, Frankrijk, 1920-1930
    Na de Eerste Wereldoorlog nam onder invloed van de film het cosmeticagebruik sterk toe. Hierdoor was er behoefte aan speciale avondtassen voor cosmetica. In de jaren '20 werd de vanity case populair. Een vanity case is een kleine ronde, ovale of cilindervormige tas met vakjes voor poeder, rouge, lippenstift, parfum en of sigaretten. Kenmerkend is dat de lippenstift vaak in de kwast is verscholen.
    2000 – nu
    Van modeaccessoire tot must-have
    Het zijn de bekende mode- en tassenmerken Chanel, Dior, Dolce & Gabbana, Hermès, Gucci, Louis Vuitton, Bottega Veneta en Prada die in de laatste jaren de tassenmode bepalen. In tegenstelling tot vorige eeuwen waarin de tassenmode veel langzamer verliep en jaren mee kon, is de tas nu verworden tot een modeaccessoire dat elk seizoen wisselt en waarin de modemerken de leidende positie innemen. Sinds de 90'er jaren van de 20e eeuw zijn tassen, schoenen, parfums en zonnebrillen voor de modemerken de belangrijkste inkomstenbron en  middel om hun merknaam te versterken. Ieder merk hoopt elk seizoen weer met de Must-Have te komen, de ultieme tas die door een bekende filmster, popster of fotomodel wordt gedragen en die iedereen moet hebben. Sommige handtassen zijn klassiekers die nog steeds zeer populair en bekend zijn en door merken geherintroduceerd zijn in een eigentijds materiaal en uitvoering. Beroemde klassiekers zijn de Kelly-tas en de Birkin-tas van Hermès en de Lady Dior-tas van Dior. De Kelly-tas bestond al vanaf de 30'er jaren als handtas maar dankt vanaf 1955 zijn naam en faam aan de actrice en vorstin Grace Kelly van Monaco die hem veel gedragen heeft. Een andere beroemde klassieker is de Chanel 2.55 met haar karakteristieke kussentjes en goudkleurige ketting. De officiële naam van de tas is ‘2.55’, genoemd naar haar presentatie in februari 1955. Veel merken hebben in de afgelopen jaren handtassen met illustere namen geïntroduceerd of herintroduceerd, zoals de Bayswater van Mulberry (2002); de Speedy (30'er jaren 20e eeuw) van Louis Vuitton, Jackie tas van Gucci, de Prada Saffiano tas en 'Baguette' van Fendi.
  • Handtas gedecoreerd met veren en kralen, Alexander McQueen, UK, 2003
    Alexander McQueen, wiens couture is verweven met straatmode, staat bekend om het vakmanschap in zijn ontwerpen. De ontwerpen kenmerken zich door tegenstellingen: vrouwelijk en mannelijk, zachtheid en kracht, traditie en vernieuwing.
    Avondtas, “Socks”, Judith Leiber, USA, 1996
    'Socks' is genoemd naar de kat van de Clintons. Judith Leiber werd geboren in Boedapest, waar zij de opleiding voor tassenmaker volgde. In 1947 emigreerde ze met haar Amerikaanse man Gerson Leiber naar de Verenigde Staten. In 1963 richtte ze met hulp van haar man de Judith Leiber Company op, die in 1998 verkocht werd.
    Whisper Magazine clutch, crêpe de Chine en metaal, Charlotte Olympia, Italië 2014
    Charlotte Olympia laat zich inspireren door vroegere periodes en andere culturen. Deze clutch in de vorm van een dubbelgevouwen tijdschrift is mogelijk geïnspireerd op de modemagazine-clutches uit de 70'er jaren.
    Shopper, lakleer met gelaserde motieven, Viktor & Rolf, Nederland, 2010
    Viktor & Rolf is het modehuis onder de leiding van het Nederlandse ontwerpersduo Viktor Horsting en Rolf Snoeren. Zij studeerden in 1992 af van ARTEZ, Institute of the Arts in Arnhem. Hun merk staat voor een mix van kunst en mode en van klassiek en avant-gardistisch.
  • Schoudertas, leer, Karl Lagerfeld, Frankrijk 2012
    Karl Lagerfeld (1933) is een bekende, van origine Duitse modeontwerper, die hoofdontwerper en creatief directeur is van het modemerk Chanel en Fendi en sinds 2006 ook zijn eigen label en modehuis voert.
    Leren schoudertas, “2.55”, Chanel, Frankrijk, 2014
    Coco Chanel ontwierp deze tas in februari 1955, en noemde de tas naar de maand en het jaartal van haar ontwerp. De 2.55 behoort nu nog tot een van de grote iconen onder de tassen en is te koop in diverse kleuren en uitvoeringen.
    Rugzak DKNY, leer met struisvogelprint, 2013
    De rugzak was eeuwen de trouwe metgezel van de wandelaar totdat het vooruitstrevende Italiaanse modehuis Prada in 1985 een zwarte nylon rugzak lanceerde op de catwalk. Dit markeert het begin van het overweldigende succes van de rugzak als modeaccessoire. In de 90'er jaren had ieder gerenommeerd tassen- en modemerk een rugzak in de collectie. Aan begin van de 21e eeuw is de rugzak even uit het beeld geraakt om sinds enkele jaren weer terug te zijn in het modebeeld.
    Minaudière van kunststof met stenen, Yves Saint Laurent, Frankrijk, laat 20e eeuw
    De minaudière, een doosvormige tas die in 30'er jaren van 20e eeuw werd geïntroduceerd door de Parijse juwelier Van Cleef en Arpels, komt in het modebeeld regelmatig weer terug. Tegenwoordig is het model eerder bekend onder de benaming clutch.
  • Clutch van kunststof, Lulu Guinness, Groot-Brittannië, 2012
    De tassen van Lulu Guinness kenmerken zich door vakmanschap en kwaliteit. Daarnaast maakt Britse humor onderdeel uit van haar stijl. De opvallende ontwerpen van Lulu Guinness ademen de glamour van de 50'er jaren. Zo grijpt haar lippenclutch uit 2004 niet alleen terug op de Mae West lippenbank van Salvador Dali uit 1937, maar ook op de sensuele vrouwelijkheid van filmsterren uit de 50'er jaren, zoals Marilyn Monroe.
    Metalen clutch “Knots”, Bottega Veneta, Italië, 2007
    Bottega Veneta werd opgericht in 1966 en is vooral bekend om hun luxueuze tassen van geweven leer. Om het marktaandeel te verhogen werd deze limited edition-clutch, versierd met geëmailleerde en zilveren elementen, op de markt gebracht.
    “Les extraordinaires”, bucket Louis Vuitton, leer en metaal, Frankrijk, 2006
    Deze bijzondere tas is een schenking van Louis Vuitton aan Tassenmuseum Hendrikje. De tas is gemaakt van allerlei leersoorten zoals krokodillenleer die tot nu toe in de tassen van Louis Vuitton zijn verwerkt.
    Handtas ‘Bayswater’, kalfshaar met zepraprint, Mulberry, Groot-Brittannië, 2009
    Mulberry is een luxueus Brits tassen- en lederwarenmerk dat zich kenmerkt door kwaliteit en Brits vakmanschap. Het werd in 1971 door Roger Saul opgericht. Tot hun iconische tasontwerpen horen de Roxanne, Alexa, Lily, Brynmore Willow en deze: de Bayswater.
  • Blijf op de hoogte van onze exposities, tentoonstellingen, evenementen en andere leuke weetjes!

    HET MUSEUM IN BEELD