Een grachtenpand met een verhaal

Tassenmuseum Hendrikje is gevestigd in een monumentaal pand aan de Herengracht 573 in Amsterdam. Dit pand is onderdeel van het UNESCO Werelderfgoed grachtengordel Amsterdam.  Maar weinig grachtenpanden zijn zo goed bewaard gebleven als deze voormalige burgemeesterswoning uit de 17e eeuw. Het is een pand met een rijke historie, kleurrijke bewoners en een boeiend verhaal.

De bouw van het pand

De eerste bewoner en bouwer van het pand, Cornelis de Graeff, was een zeer rijke en machtige stadsbestuurder en burgemeester van Amsterdam. Samen met drie andere heren kwam hij in bezit van een aantal bouwkavels aan de Herengracht die in 1664 werden geveild. De Graeff kocht maar liefst twee percelen. Met de andere eigenaren sprak hij af dat er gebouwd zou worden ‘tot één hoogte, onder één facial en onder één lijst’. Deze eenvormigheid van de panden is tot op heden behouden gebleven en is uniek in de grachtengordel. Cornelis de Graeff overleed kort na de aankoop, nog voordat de bouw was begonnen. Zijn zoon Pieter de Graeff zette de bouwplannen voort; op 17 april 1664 werd de eerste steen gelegd. Pieter de Graeff was zeker zo voornaam als zijn vader. In 1668 werd ook hij stadsbestuurder van Amsterdam. Hij was zwager van de bekende raadspensionaris Johan de Witt en bewoog zich in de hoogste kringen van de Republiek.

De regententijd

Een dergelijke status moest natuurlijk zichtbaar zijn in het pand. Aan het einde van de 17e eeuw werd begonnen met de inrichting van de stijlkamers. Allereerst werden rond 1682 in de kleine stijlkamer de plafondschilderingen in vijf vakken aangebracht door Paulus de Fouchier (1643-1717). In het middenvak is de Amsterdamse Stedenmaagd te zien als centrum van de wereld; daaromheen zijn de werelddelen Europa, Azië, Afrika en Amerika allegorisch weergegeven. Australië was nog niet ontdekt en ontbreekt dus als werelddeel. De volgende bewoner was de puissant rijke kleinzoon van Pieter, stadsbestuurder Gerrit de Graeff. De familie De Graeff had inmiddels een enorm kapitaal vergaard door handel met Oost-Indië en door allerlei grote nalatenschappen. Gerrit was echter vooral berucht om zijn gierigheid. Hij woonde tot 1752 in het pand. In de eerste decennia van de 18e eeuw werd het pand door zijn erfgenamen ingrijpend verbouwd en gemoderniseerd. Daarbij kregen beide stijlkamers hun huidige vorm: in de Grote stijlkamer werden de plafondschilderingen en het schoorsteenstuk aangebracht en de Kleine stijlkamer kreeg zijn rijk gedecoreerde schoorsteen.

Jeltje de Bosch Kemper

In de 19e eeuw werd het pand bewoond door Jonkvrouw Jeltje de Bosch Kemper. Als een van de eersten kwam zij in verzet tegen de dodelijke saaiheid van het leven waartoe meisjes van stand waren veroordeeld. Zij schreef hierover uitgebreid in haar dagboek. Werken mocht niet, en na de opleiding op school was thuiszitten het enige dat was toegestaan. In die jaren groeide bij Jeltje een verschrikkelijke woede, die zij uitte in vlammende artikelen waarin ze het recht van vrouwen op betaald werk verdedigde. Samen met geestverwanten richtte zij uiteindelijk de Amsterdamsche Huishoudschool op. De laatste bewoonster, Maria van Eik, kocht het pand in 1893 voor 44.000 gulden (ongeveer 20.000 euro) en woonde er tot haar dood in 1906. In 1907 werd het pand verkocht aan de Hollandsche Brand Assurantie Sociëteit en sindsdien zijn diverse bedrijven in het pand gevestigd geweest. In 2007 werd Tassenmuseum Hendrikje in dit pand gehuisvest, waarvoor het pand ingrijpend gerestaureerd en heringericht werd.

  • Blijf op de hoogte van onze exposities, tentoonstellingen, evenementen en andere leuke weetjes!

    HET MUSEUM IN BEELD